Waarom een televisie boven de open haard zelden goed uitpakt

Woonkamer met een haard tegen de wand en de televisie op een aangrenzende muur

Het is in tien jaar tijd bijna de standaard geworden: een haard tegen de wand en daarboven, netjes gecentreerd, de televisie. Op een foto ziet dat er strak uit. In een woonkamer waar je vier avonden per week zit, valt het bijna altijd tegen, en dat komt niet doordat het lelijk is maar doordat het niet werkt. Ik zeg dat met enige stelligheid, want ik heb inmiddels heel wat kamers gezien waar het scherm binnen een jaar weer van die plek af was gehaald.

De reden dat mensen er toch aan beginnen, is meestal een logistieke: de haard zit al op de mooiste wand, de bank staat er tegenover, en dan is de ruimte erboven de enige plek die overblijft. Dat is een begrijpelijke redenering, maar hij vertrekt vanuit de muur en niet vanuit de mens op de bank. En die mens is degene die er vier uur per avond naar zit te kijken.

Je nek is het eerste dat protesteert

Een scherm kijkt het prettigst als het midden ervan ongeveer op ooghoogte zit, en zittend op een gemiddelde bank is dat zo rond de honderd tot honderdtien centimeter boven de vloer. Boven een schouw kom je met het midden van het scherm al gauw op honderdvijftig tot honderdzeventig centimeter uit, en dat verschil van een halve meter is precies waar het misgaat. Je kijkt dan niet meer recht vooruit maar omhoog, met je kin iets opgetild en je nek in een lichte overstrekking. Vijf minuten voelt dat nergens naar. Twee films later merk je het wel degelijk.

Het vervelende is dat mensen die klacht bijna nooit aan de televisie koppelen. Ze schuiven onbewust onderuit op de bank om de hoek te verkleinen, gaan met een kussen in hun rug zitten, of leggen hun hoofd tegen de leuning. Dat zijn allemaal signalen dat de opstelling niet klopt, maar ze worden gelezen als “even lekker hangen”. Wie serieus wil weten of het meevalt, moet het simpelweg nameten: ga zitten waar je normaal zit, laat iemand een lat op de hoogte van het geplande scherm houden en kijk er tien minuten naar. Meestal is dat het hele gesprek.

Warmte en elektronica gaan slecht samen

Het tweede bezwaar is minder zichtbaar en op termijn duurder. Boven de opening van een brandende haard stijgt warme lucht op langs de wand, en dat is precies de zone waarin het scherm hangt. Fabrikanten geven voor televisies doorgaans een maximale omgevingstemperatuur op die ergens rond de vijfendertig graden ligt, en die haal je boven een gesloten haard makkelijk. Bij een open haard is het onvoorspelbaarder, maar zeker niet gunstiger. Het gaat zelden mis met een knal: het gaat mis doordat de elektronica jarenlang net iets te warm staat en het toestel eerder opgeeft dan het had gemoeten.

Je kunt dat deels ondervangen. Een schouwblad dat een flink stuk uitsteekt leidt de warmte van de wand weg, en er bestaan warmteschermen die hetzelfde doen. Wil je weten of het bij jou goed zit, hang dan een simpele thermometer op de plek waar het scherm zou komen en stook een avond zoals je dat normaal doet. Je meet dan in één avond wat je anders in vijf jaar aan afgeschreven apparatuur zou betalen. Dat het bij de buren goed gaat zegt weinig, want dat hangt volledig af van het type haard, de trek en de vorm van de schouw. Wie sowieso nog aan het kiezen is, doet er goed aan eerst na te lezen wat er bij een haard in de woonkamer komt kijken, want de plek van het rookkanaal bepaalt vaak al meer dan je denkt.

Twee brandpunten die om dezelfde aandacht vragen

Er is ook een puur visueel bezwaar, en dat is misschien wel het hardnekkigste. Een haard is een brandpunt: hij trekt de blik, hij beweegt, hij geeft licht. Een televisie is precies hetzelfde. Zet je ze pal boven elkaar, dan concurreren ze niet alleen om je aandacht, ze werken ook nog eens tegen elkaar in. De vlammen weerspiegelen in het donkere paneel, en dat is bij een film met een donkere scène meteen einde verhaal. Andersom haalt een blauw oplichtend scherm alle rust weg uit het vuur waar je die haard nou juist voor hebt.

Dat is voor mij het echte argument. De haard is geen ondergeschikt element dat toevallig onder je scherm zit: het is het enige in de kamer dat mensen vanzelf naar elkaar toe laat zitten. Zodra hij een sokkel wordt voor de televisie, verliest hij die rol. Ik zie liever een woonkamer waarin de haard een eigen wand houdt en het scherm ergens anders hangt, ook al is dat op papier minder symmetrisch. In de praktijk gebruik je zo’n kamer op twee manieren, en dat is winst.

Wat dan wel

De eenvoudigste oplossing is de televisie naar een aangrenzende wand verplaatsen en de zitplek zo te kiezen dat je met een kwartslag draai van de ene naar de andere kijkt. Een draaibare bank of een fauteuil die je kunt verzetten maakt dat vanzelfsprekend. Zit je met een kamer waarin echt maar één wand kan, kies dan voor een muurbeugel met een zwenkarm en een neerklapfunctie, zodat het scherm bij gebruik zakt en kantelt en daarna weer plat tegen de wand ligt. Dat is niet goedkoop, maar het lost het hoekprobleem wel echt op in plaats van dat je eraan went.

De derde route is de haard niet als middelpunt van de kijkopstelling behandelen maar als sfeermaker aan de zijkant, met daarboven iets wat geen aandacht opeist. Een spiegel doet dat goed, en een rustige compositie aan de muur ook, zolang je maar rekening houdt met de warmte en er geen kwetsbaar werk boven hangt. Dat vraagt wel om iets meer nadenken over verhoudingen, en daarover schreef ik eerder al bij het kiezen van muurdecoratie voor de woonkamer. En als het scherm eenmaal een eigen hoek krijgt, loont het om die hoek ook echt af te maken met licht en opbergruimte, want een losse televisie tegen een kale wand is net zo ongezellig als een scherm dat te hoog hangt. Een tv-hoek die klopt is uiteindelijk fijner dan een symmetrisch plaatje waar je met opgetrokken kin naar zit te kijken.

Er zijn kamers waar het wél werkt: een lage schouw zonder uitstekend blad, een gesloten haard die weinig straling naar boven geeft, en een zithoek die ver genoeg weg staat om de kijkhoek klein te houden. Dan is het een prima keuze en zou ik het niemand afraden. Maar dat is de uitzondering, en ze wordt bereikt door te meten en niet door een foto na te doen. Neem daarom voor je gaat boren een middag de tijd: hoogte nameten vanaf je eigen bank, een avond stoken met een thermometer aan de wand, en dan pas beslissen. Het scheelt je een gat in de schouw dat je later moet wegwerken.

L

Lisa van der Meer

Ik schrijf over interieur, wonen en praktische inrichtingsoplossingen. De afgelopen jaren heb ik mij verdiept in woontrends, materiaalgebruik en slimme indelingen voor zowel kleinere als grotere ruimtes. In mijn artikelen combineer ik inspiratie met toepasbare tips, zodat ideeën niet alleen mooi zijn, maar ook echt werken in het dagelijks leven.

Alle artikelen →